Overslaan en naar de inhoud gaan

Zzz… Waarom houden sommige dieren een winterslaap of winterrust?

Zodra de dagen korter worden en de zon zich overdag sneller verstopt, voelen we dat de winter is aangebroken. En niet enkel wij merken dit op! Tal van dieren voeren vanaf het prille winterbegin een heuse zoektocht naar iets om te eten en een plekje om zichzelf warm te houden. Voor de één lukt dat al wat beter dan voor de ander, waardoor sommigen liever in standby-modus over gaan. Met andere woorden: een winterslaap of winterrust houden.

Winterslaap of -rust?

Vergis je niet: een winterslaap en een winterrust zijn niet helemaal hetzelfde. Bij een winterslaap gaat het over een non-stop slaaphouding, waarbij de lichaamstemperatuur van het dier zakt tot (bijna) 0 graden, de ademhaling een slakkentempootje aanneemt en het hartritme trager dan traag klopt. Het grootste verschil met een winterrust is dat de lichaamstemperatuur hier maar enkele graadjes daalt en dat het dier kleine pauzes inlast om af en toe wat voedingsstoffen op te nemen. Al is het verschil soms zodanig nihil, dat het niet altijd duidelijk is.

Slapen is overleven

Verschillende redenen liggen aan de basis voor het houden van een lange dut. De povere aanwezigheid van voedsel is één, maar het vormt ook de periode bij uitstek waarbij zowel mannetjes als vrouwtjes zich voorbereiden op de voortplanting die in het verlengde van de winter zal plaatsvinden. Wat betreft voeding en energie, klopt het dat vooral kleine dieren tijdens de wintermaanden veel warmte verliezen via de huid. Dat zorgt ervoor dat ze snel afkoelen en meer energie verbruiken dan normaal. Zichzelf voor een periode van plusminus zes maanden rustig houden (tot zelfs bijna in stilstand) zorgt ervoor dat ze de koude periode kunnen overbruggen.

Slapende kanjers

Een winterslaap of winterrust is niet voor elk dier weggelegd. Egels, vleermuizen, hazelmuizen of hamsters bijvoorbeeld kiezen voor een winterslaap terwijl beren, dassen of eekhoorns zich tevreden stellen met een winterrust. En dat is niet alles, de manier waarop ze hun winterslaap organiseren verschilt ook. Denk maar aan de kikker: als koudbloedige viervoeter verstijft zijn lichaampje als het ware, waarbij het hartje zeer langzaam klopt en de ademhaling amper merkbaar is. Een egeltje daarentegen knutselt een nestje van takken en blaadjes, waarin hij of zij zichzelf oprolt. En wat de vleermuis betreft, deze eet zichzelf dik (letterlijk, aangezien ze dertig procent van hun oorspronkelijke gewicht moeten aankomen om de winter te overleven). Hoe ze die winterslaap exact inrichten? Al hangend aan het plafond van een grot bijvoorbeeld. Kortom, ieder dier heeft andere noden en gewoonten, en voor sommigen is de nood aan slaap hoog.